Wrakhout

Trein uit Brussel, richting Oostende. Twee hippe Japanse meisjes, hoogstwaarschijnlijk op weg naar Brugge. Wat studenten op de terugweg. Te vroeg voor de klassieke pendelaars om al naar huis te gaan. Het is niet mijn gewone trein, en dat laat zich merken.

Pendelaarstreinen hebben iets uniforms, zitten niet vol met deze zonderlinge mix. Zelfs rinkelende telefoons of iets te luide gesprekken worden al snel door alle pendelende medereizigers als hinderlijk ervaren. Op een trein buiten het spitsuur ziet de wereld er echter helemaal anders uit.

Ik had ze al op het perron zien staan. Een koppel marginale figuren. Beiden erg gedrongen van gestalte, klein en mager van de drank. Jasjes en jeans die zelfs in de jaren zeventig al lang niet meer hip waren. Hun bewegingen zijn hoekig, hun Frans heeft niets meer van het zangerige, zwierige, maar is snerpend en vuil.

Ze nestelen zich op het bankje naast me. Enfin, zij nestelt zich, hij staat dik twintig minuten nadat we uit Brussel Noord zijn vertrokken nog steeds recht. Zij draait haar gezicht naar het raam en keert zich enkel om om snibbige commentaar te geven. Hij is druk in de weer met een rugzakje dat zijn beste dagen allang gehad heeft. Een buslading spullen komt tevoorschijn: batterijtjes, een helblauw kindertruitje (dat haar wellicht zal passen), de lader van de obligate gsm, een paar cd’s, tasjes en zakjes, twee flesjes sportdrank die werden nagevuld met wat pils lijkt te zijn.

Geen tickets, blijkbaar, en een conducteur die duidelijk niet veel zin heeft in ambras. Eén identiteitskaart, één vodje papier dat een wellicht verloren pasje moet vervangen. Staat die vent nu al dik 25 minuten met zijn kont half in mijn gezicht geduwd te rommelen. Gelukkig beschermt mijn mp3-speler me van de meeste geblafte klanken die ze uitbraken. En ik weet dat het niet schoon is, maar ik heb moeite om mijn afkeer te verbergen. En aan de andere kant: wat is hen overkomen? Wie ben ik om mijn neus op te halen.

De geur is amper te harden. Daar zitten ze dan, schriel en oud voor hun tijd, en waanzinnig onaantrekkelijk. Verbonden aan een nog grotere zielepoot. Mentale achterstand of gewoon hersens kapotgezopen, het is niet duidelijk. De merktekens van een veel te lelijk leven in een veel te lelijk gezicht. Teveel pillen, of misschien te weinig, of de verkeerde. Op weg naar Oostende, stad der aangespoelden. Ik vraag me af of ze daar ooit nog wegraken.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Lopende zaken

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s